Op 30 maart 2016 was het eindelijk zo ver, nadat ik al een aantal dagen ongeduldig de pups er uit had zitten kijken, werd het tweede nestje van Gauri en Chummy (Linmarrick Djolly Djumper) geboren. Eén van de drie puppenmeiden was “mine to keep” om hopelijk in de toekomst onze lijn mee voort te zetten, maar nog belangrijker, veel plezier mee te beleven op de behendigheidsbaan.

Al snel had ik mijn oog laten vallen op het kleinste meisje van de drie, dat door haar opvallende witte voetje ook bij menig puppykoper in de smaak was gevallen. Ze was een beetje terughoudender dan de andere pups, maar ik wist van de geschiedenis met Arwen dat ik me daar niets van aan moest trekken. Ik besloot me in ieder geval voor alles open te stellen, ook voor het geval “witvoetje” zich toch niet als mooiste zou ontwikkelen. Door elke dag met de pups in de ren te spelen, wist ik haar echter steeds meer uit de tent te lokken en deed ze op den duur niet meer onder voor de rest, zo brutaal dat ze was geworden.

Met bijna 7 weken was er geen enkele twijfel meer, “witvoetje” werd mijn kleine Tári,  of ook wel heel chique Yenoble Wood’s Jumanah Tári. Van de vele bijnamen die ze intussen heeft, van Tartaartje tot Tarikanarie, is Tariban misschien wel de meest toepasselijke. Het is een enorm monster in een kleine verpakking, maar echt op een leuke manier.

Van puppy af aan, zijn we meteen aan de slag gegaan met oefeningen gericht op de behendigheid. Intussen gaat ze net als omaatje Arwen dat vroeger deed, luidkeels blaffend over de behendigheidsbaan, dus ik heb goede hoop voor de toekomst. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet moet lachen om dat kleine ding.